Tini on an Emotional Adventure

Tini op avontuur

Voorwoord

Vijftien jaar geleden, na mijn beslissing om te scheiden, verloor ik twee van mijn dierbaarste vriendinnen—de peetmoeders van mijn kinderen. Ze waren niet zomaar vrienden; ze waren levenspartners, een koppel dat familie voor me was geworden. Het was niet woede of verraad waardoor ik hen verloor, maar omdat ze mijn keuze niet konden begrijpen. Ze spoorden me aan om terug te gaan naar mijn ex-man, zonder het gewicht te zien van wat ik achterliet—de verstikkende omgeving die zowel mij als mijn kinderen beïnvloedde.

Ik had hen gevraagd om te wachten. Gewoon te wachten. Laat me de storm van de scheiding doorstaan, en dan zou er weer ruimte zijn voor verbinding. Maar ik kon hun afkeuring en zorgen niet dragen terwijl ik de strijd van mijn leven vocht. Ze begrepen het niet, en toen ik later contact zocht, was de deur gesloten.

Mijn kinderen zagen ze nog wel. Maar wij, die ooit als familie waren, werden vreemden, hoewel ik verschillende keren probeerde het contact te herstellen. Telke male bleef hun standvastig antwoord: “Je hebt ons gekwetst, Tini.” Wat ik na een bepaalde periode van tijd, echt wel gelul vond.

Maanden geleden verloor een van hen de ander aan kanker. En nu, na al die jaren, is de kwetsbare draad van contact opnieuw opgepakt—voorzichtig, aarzelend, via de breekbare brug van rouw.

Liefde, vrijheid en mogelijkheden

“Maar mijn buren hebben dat ook gedaan, Tini, en zij kwamen terug. Er is geen degelijke gezondheidszorg, en daarom wil ik in België blijven. Jij zou dat ook moeten heroverwegen.”

Ze doelde op mijn plan om naar het buitenland te verhuizen.

“Er is gezondheidszorg,” antwoordde ik. Maar ik liet de discussie verder los. Haar reactie was tenslotte begrijpelijk, aangezien haar geliefde haar leven had verloren aan ziekte. Ik wist beter dan om in de spiraal te belanden.

Haar buren hadden drie jaar geleden een huis gekocht van 8.000 euro in het land waar ik naartoe zou gaan, om nu weer terug te keren. Ik zei het niet, maar dacht: als iemand alleen een huis van 8.000 euro kan betalen, dan kunnen ze waarschijnlijk ook weinig aan gezondheidszorg besteden. Ik had mijn onderzoek gedaan. Maar dit ging niet over feiten.

Het echte gesprek lag eronder—die stille onderstroom van verlies, weerstand en de verhalen die we onszelf vertellen.

Vijftien jaar hadden we elkaar niet gesproken, en toch stonden we hier weer, aan dezelfde scheidslijn als toen.

Ik sprak over liefde, vrijheid en mogelijkheden. Zij sprak over verdriet, klachten en alle redenen waarom het leven moeilijk was. Haar stem, nu zo zacht en breekbaar, was doordrenkt van pijn en spijt. Ze vertelde me hoe haar onzekerheden waren gegroeid, hoe niemand echt kon begrijpen wat ze doormaakte. Ze herhaalde de zin meerdere keren.

Ik luisterde. En toch voelde ik, diep van binnen, dezelfde oude weerstand omhoog komen. Hetzelfde gevoel dat ons ooit uit elkaar dreef. Zelfs nu weigerde ze mij in persoonlijk te ontmoeten, om samen een wandeling te maken met de wind in ons haar, een vuur-waterdrankje te nuttigen of een écht fysiek levens-gesprek aan te gaan waarin we elkaars energie meer zouden voelen dan in dit ene telefoongesprek…

Echte pijn

“Ik heb nog nooit zoveel pijn gevoeld in mijn leven. Niemand kan zich voorstellen wat ik heb moeten doorstaan!”

Elke dag had ze zich afgevraagd of haar partner het zou halen. Elke dag had ze haar beetje bij beetje zien verzwakken.

En terwijl ik luisterde, sprak mijn lichaam voordat mijn verstand het kon bevatten—een diepe verkramping in mijn maag, vreemd genoeg vergezeld van een golf van mededogen.

Vijftien jaar waren verstreken. Maar we hadden nog steeds hetzelfde gesprek.

Alleen was de pijn nu echt.

Vroeger was het een denkwijze. Een manier om het leven te vorm te geven. Toen had haar pijn geen enkele oorzaak—het was gewoon de manier waarop ze de wereld ervoer en duidde. Ik was uit hun leven ontsnapt omdat ik niet meer in die energie kon aarden.

Maar nu rouwde ze. Intens. Begrijpelijk.

Haar partner was gestorven. En daarna een vriend. En toen haar hond. En de dierenarts die haar hond had laten inslapen, was, in haar woorden, een schurk.

Er was geen ontkennen aan hoe zwaar het voor haar was.

En toch fluisterde er iets in mij: Zal ze pijn altijd als een straf blijven zien? Zal ze zichzelf er altijd slachtoffer van maken? (Zoals ik dat ooit ook deed?)

Ze had bevestiging nodig. Ze wilde dat ik zei, Ja, dit is het ergste wat een mens kan overkomen.

Maar dat is het niet.

En ik kon het niet.

Hoe kijken we naar het leven? Hoe kijken we naar de dood?

Ik heb mijn hele leven verhalen over lijden gehoord. Ik heb ze zelf doorleefd. Ik heb ermee gezeten, ze omarmd en ervan geleerd. Maar ik kan ze niet langer op dezelfde manier zien als toen, en als zij nu—zelfs niet wanneer het verhaal daadwerkelijke dood bevat.

Er is iets aan de manier waarop ze het nu vertelt dat voelt zoals vroeger. Alleen uitvergroot. Versterkt.

En dat brengt me uit balans.

Ben ik nu onvriendelijk? Of raak ik aan het patroon dat ons ooit uit elkaar dreef?

Ligt het verschil tussen ons in hoe we naar het leven kijken? Of hoe we naar de dood kijken?

Mijn lichaam waarschuwt me altijd wanneer iets niet klopt—wanneer het perspectief dat wordt gegeven niet overeenkomt met het liefdevolle. Ik geloof niet dat elke gebeurtenis een straf is, dat elk verlies een veroordeling is. Ik geloof niet dat pijn verheerlijkt moet worden.

En ik vraag me af—hoe kon ze het goud in die laatste dagen met haar partner niet zien?

Ze hadden de kans om het onuitsprekelijke uit te spreken, om over leven en dood te praten terwijl ze beiden nog een stem hadden. Ze hadden het zeldzaamste geschenk: bewustzijn van het afscheid.

Hebben ze dat volledig benut?

Of was de rouw al van tevoren op hun canvas geëtst?

Ik begrijp het

Natuurlijk is de pijn nog vers. Dat is heel begrijpelijk. Zulks is ook nodig. Maar ze heeft altijd al aan pijn vastgehouden, zelfs voordat het leven haar een reden gaf.

En dus probeerde ik mijn vriendin voorzichtig te bereiken:

“Het moet vreselijk voor je zijn geweest,” zei ik. “Maar ook wel mooi, toch?”

Schuldgevoel overspoelde me bij het toevoegen van dat laatste stukje.

Dit wilde ze niet van mij horen horen. Ze had haar pijn nodig. Ze wilde dat ik haar daarin ontmoette, de diepte ervan erkende, de treurigheid beaamde.

En toch verzette mijn lichaam zich. Pijn heeft zijn plaats. Maar het is geen koning. Het is niet bedoeld om vast te houden, te polijsten en heilig te verklaren.

Ik kon haar niet geven wat ze wilde. Maar ik kon haar iets anders aanbieden.

“Door de pijn op deze manier vast te houden, liefste D. , houd je ‘haar’ dichtbij,” zei ik. “Het is jouw manier om te eren wat was. Ik begrijp het.”

Nieuw leven aan de horizon

“Jouw zoon… hij krijgt een baby, nietwaar?”, gokte ze wat later in onze conversatie.

En in mijn korte stilte vond ze het antwoord.

Dus, je moet je voorbereiden, lieverd! Nieuw leven komt eraan. En wij zullen de Ouderen zijn—degene naar wie deze kleine ziel zal opkijken, van zal leren, op zal bouwen, totdat ze zich herinnert dat ze in feite een eeuwige Ster is – dat dacht ik.

Zie je, pijn heeft een doel. Maar het doel is niet om aanbeden te worden. Niet om gedragen te worden als een erfstuk. Niet om de kern van een leven te vormen.

Zelfs bij confrontatie met de dood is pijn bedoeld om ons open te breken—niet om ons op te sluiten. Het is bedoeld voor groei. Voor vrijheid. Het is bedoeld om ons wakker te schudden, zodat de volgende generaties—en wijzelf—kunnen oogsten wat zulke inzichten ons brengen.

Ik hoop dat je jouw weg vindt, D. Ik hou van je.

Het is teder en rauw tegelijkertijd, om je zo verloren te voelen.

Ik wens je geluk. Een glimlach. Leven en warmte. En dat pijn de drijvende kracht achter ‘wholing’ mag zijn.

Maar eerst, mijn lieve vriendin—rouw. Rouw diep. Rouw hard. En wanneer het ondraaglijk wordt, maak een nieuwe keuze; bij voorkeur, laat het licht weer binnen.

Op mijn beurt, zal ik mijn best doen om mezelf eraan te herinneren: Elke ziel kiest zijn eigen pad. Elke ziel verdient acceptatie. Zelfs als ik hun keuzes niet begrijp. Dat is ook vrijheid geven en empathie koesteren.

Dat het leven voorbij de dood verder gaat, op zijn vreemde, autonome manier:

Dat is waardevol!

En toch, ik weet niet hoeveel ruimte ik nog over heb voor al deze duisternis je zo liefhebt D.

En dat beangstigt me.

Want voor jou zal het voelen alsof ik niet van je hou.

En dat zal je pijn alleen maar versterken. Opnieuw.

***

Let’s go Beyond,
∞ Tini ∞

Als je verlichting zoekt van rouw (ROUW = RAUW) kunnen de volgende boeken je zacht de hand reiken. Ze helpen je bij het verkennen van ons begrip van ons bestaan en bieden verschillende interpretaties van het ‘hiernamaals’.

  • ‘The Holographic Universe’ – Michael Talbot: Dit boek verkent het idee dat ons universum een holografische projectie zou kunnen zijn en gaat in op bijna-doodervaringen en de aard van de realiteit.
  • ‘The Top Ten Things Dead People Want to Tell You’ – Mike Dooley: Wat als de doden konden spreken? Dit boek geeft een liefdevolle kijk op wat ze ons zouden willen vertellen.
  • ‘The Oversoul Seven’ (trilogie) – Jane Roberts: Een tijdloze reis waarin Oversoul Seven, een eeuwige student van het universum, de hele structuur van het bestaan onderzoekt.
  • ‘Het Sprookje van de Dood’ – Marie-Claire van der Bruggen: Een ontroerend verhaal over een kleine ziel die voor het eerst naar de aarde komt.

Ondersteuning en hulplijnen

Als je onmiddellijke ondersteuning zoekt om met overweldigend verlies om te gaan, zijn hier enkele hulplijnen:

  • De Luisterlijn (Nederland) – 24/7 vertrouwelijke ondersteuning bij diverse problemen, waaronder rouw en verlies. 📞 088 0767 000 – www.deluisterlijn.nl
  • Tele-Onthaal (België) – 24/7 een luisterend oor voor diverse problemen, waaronder rouw. 📞 106 – www.tele-onthaal.be
  • GriefShare (Internationaal) – Vind een rouwverwerkingsgroep voor steun en heling na het verlies van een dierbare. 🌍 www.griefshare.org/findagroup

Rouw is een diep persoonlijke ervaring, en soms kan praten met iemand een wereld van verschil maken. Maar als je net als ik onkundig bent in het ‘bereiken’ van iemand die door dit proces gaat, bedenk dan dat er meerdere manieren zijn om te helpen. Niet slechts één pad is het juiste en voor veel mensen is het trouw zijn aan hun pijn, een manier om hun geliefde toch nog even te kunnen vasthouden.

Als jij of iemand die je kent worstelt met rouw, verlies of overweldigende emoties, kunnen deze hulplijnen en organisaties begeleiding, steun en een luisterend oor bieden.